Aardappeloogst door Bregje Esmeijer
Op bijna 4000 meter hoogte strekt het Titicacameer zich uit als een zee. Het water is zo blauw dat het dikke verf lijkt en in de verte liggen de hoge met sneeuw bedekte toppen van de Andes. De bloeiende gewassen op de terrassen van Isla del Sol zien eruit als een kleurige lappendeken. De terrassen geven het eiland een Mediterraans tintje maar de lama’s en de vrouwen met bolhoedjes laten er geen misverstanden over bestaan: dit is Bolivia en hier wonen de Aymara.
Het regenseizoen loopt ten einde en de bewolking maakt langzaam plaats voor een strak blauwe hemel. De tijd van de aardappeloogst is daar. Van zonsopkomst tot zonsondergang zijn de mensen in touw om duizenden aardappels uit de grond te halen. Aardappels rooien is zware arbeid; met de hand en een soort houweeltje worden ze één voor één gerooid. Vervolgens worden ze in juten zakken op de ruggen van ezels geladen, die deze periode ook bijzonder harde arbeid leveren, en naar huis gebracht. Daar worden ze nauwkeurig gesorteerd en opgeslagen in gevlochten manden.
Na de aardappels volgen andere gewassen zoals maïs, bonen, graan, quinoa en apilla, de laatste twee zijn typische gewassen voor de Andes. Elke familie verbouwt dezelfde verscheidenheid aan gewassen op kleine stukjes grond die verspreid liggen over het hele eiland. Soms moet er uren gelopen worden om de stukjes grond te bereiken.
Elk jaar wisselt het gewas van stukje grond om uitputting te voorkomen. Een beproefde methode want de Aymara van nu bewerken nog steeds dezelfde terrassen die hun voorouders duizenden jaren geleden hebben aangelegd om optimaal van de vruchtbare grond van Isla del Sol gebruik te kunnen maken.
Ik bied aan een dagje te helpen met oogsten. Samen met Roxana, haar schoonmoeder en twee ezels ga ik op pad naar het aardappelveldje. Daar krijg ik een eigen houweeltje en ze doen het een keertje voor. Een beetje onwennig begin ik een rijtje aardappelplanten uit te graven maar al snel krijg ik door hoe het moet. Het is niet moeilijk maar wel zwaar, ik voel het in mijn rug en mijn handen zijn duidelijk niet gewend fysieke arbeid te leveren. En de zon is sterk, gelukkig draag ik een hoed. Maar ik vind het heerlijk en ben blij dat ik kan helpen. Het uitzicht op het meer en de bergen maakt ook veel goed! Ik vind het een bijzonder idee dat ik eten uit de grond haal. Wat we hier oogsten wordt door de familie zelf opgegeten, maandenlang eten ze er van!
Voor de lunch maken we een watia, een soort oventje in de vorm van een iglo gebouwd van brokken zand. Dat oventje wordt binnenin zo heet gestookt dat het zwart ziet. Als het heet genoeg is wordt er eten in gelegd, apilla, bonen en natuurlijk aardappels, ’s ochtends al meegenomen in een kleurige doek. Laagje eten, laagje afgebrokkeld, gloeiend heet zand, nieuw laagje eten enz., net zo lang tot al het eten in lagen tussen het gloeiende zand zit. Afdekken met zand zodat de hitte niet weg kan en wachten tot het gaar is. Na een uurtje wordt alles voorzichtig uit het zand gehaald, op een uitgespreide deken gelegd en eten maar. Heerlijk!
Chuño
Aardappels zijn op Isla del Sol met stip het meest verbouwde gewas. Niet alleen zijn er veel verschillende soorten maar waar aardappels zo’n belangrijke plaats innemen in het dieet zijn er natuurlijk ook creatieve manieren waarop ze verwerkt kunnen worden. De meest populaire manier is misschien nog wel het vriesdrogen van de aardappels.
In de baai waar ik woon, maken de koeien, ezels en schapen tijdelijk plaats voor het vervaardigen van een ware delicatesse. Iedereen uit het dorp komt samen om aardappels op zorgvuldig geprepareerde bedjes van hooi uit te spreiden. Het grasland van de baai is één van de weinige vlakke stukken van het heuvelachtige eiland. ’s Nachts is het er goed koud zodat de aardappels bevriezen terwijl ze overdag door de sterke zon worden gedroogd. Vervolgens worden de aardappels op kleine hoopjes gegooid en wordt er op “gedanst”. Met blote voeten of met schoenen, maakt niet uit. Dit wordt gedaan om zoveel mogelijk vocht uit de aardappels te krijgen. Wekenlang wordt dit proces herhaald en hele families zijn er dagelijks mee bezig. Uiteindelijk blijft er een klein, zwart verschrompeld aardappeltje over: chuño, een ware traktatie.